“Als ik een proefwerk terugkreeg waarvan ik dacht dat ik het slecht had gemaakt, durfde ik niet naar school en meldde ik me maar ziek.”

Signaleren en handelen

Wacht bij twijfel niet af

De eerste signalen dat er iets met een jongere aan de hand is, kunnen vaak op school worden opgevangen. Belangrijke signalen voor leerkrachten en mentoren zijn: tegenvallende cijfers, afnemende motivatie voor school, te laat komen en verzuim.
Ook andere professionals die bij een jongere betrokken zijn en die deze signalen opvangen, doen er verstandig aan deze serieus te nemen. Dit vraagt van professionals dat zij verder kijken dan het eerste signaal. Signaleren is een cyclisch proces van opmerken, wegen en duiden om te kunnen besluiten of, en zo ja welke, acties noodzakelijk zijn.

Wacht bij twijfel niet af, maar maak zorgen bespreekbaar

Een jongere wordt niet van de een op de andere dag een thuiszitter. Er gaat een periode aan vooraf waarin steeds meer zorgen en problemen ontstaan. Het zo vroeg mogelijk herkennen hiervan, geeft professionals de gelegenheid om bijtijds in gesprek te gaan met de jongere en diens ouders. De professional kan samen met de jongere en ouders besluiten welke andere professionals moeten worden betrokken. Jongeren zien de mentor als eerste aanspreekpunt. Belangrijk is dat de mentor bereikbaar, toegankelijk en uitnodigend is. Wat bijvoorbeeld de drempel verlaagt is dat de mentor aan het begin van elk schooljaar leerlingen nadrukkelijk uitnodigt naar hem of haar te komen als er iets aan de hand is.

Het probleem kennen is de eerste stap naar een oplossing

Het is belangrijk dat de professional in het gesprek met jongere en ouders de tijd neemt om de signalen verder te verkennen en te kijken of er een onderliggend probleem is. In het proces van signaleren (zie figuur) brengen jongere, ouders en professionals vanuit school en zorg hun informatie en expertise bij elkaar en verkennen mogelijke oplossingen. Belangrijke onderdelen van dit proces zijn:

  • het gezamenlijk (multidisciplinair) wegen van de ernst van de signalen;
  • het verkennen van de katalysatoren thuis, op school en de sociale omgeving;
  • het verkennen van de veerkracht en weerbaarheid van de jongere en het gezinssysteem;
  • het bepalen van acties en vervolgstappen.

Voorwaarden

Het opvangen en bespreken van signalen bevorderen

Problemen komen ‘op kousenvoeten aangelopen’. Dit betekent dat een situatie niet altijd gelijk herkenbaar is als problematisch. Tegelijkertijd is het de uitdaging om problemen zo vroeg mogelijk te signaleren; de nadruk komt met de transformatie van de jeugdhulp immers te liggen op preventief werken. Daarom is het van belang dat professionals de situatie van jongeren goed in beeld houden, signalen kunnen herkennen en eventuele zorgen bespreekbaar kunnen maken. Organisaties kunnen de deskundigheid van professionals hierin bevorderen.

“Het is belangrijk dat de medewerkers die direct met de jongeren en ouders werken de vaardigheden hebben om te signaleren en vervolgens ook naar hen kunnen benoemen dat ze zorgen hebben. Ook moeten ze signalen kunnen bespreken met collega's of hulpverleners.”
~ Professional

Het wegen en duiden van signalen mogelijk maken

Om interventies in te zetten die passen bij de aard van de problemen is het ten eerste nodig dat professionals de signalen kunnen wegen en duiden. Organisaties kunnen professionals scholing aanbieden, bijvoorbeeld in het herkennen en onderzoeken van signalen. Daarnaast is het belangrijk professionals uit verschillende disciplines betrokken zijn bij het wegen en duiden van signalen. Dit kan bijvoorbeeld plaatsvinden in de multidisciplinaire wijkteams die in verschillende gemeenten worden opgericht als voorbereiding op de uitvoering van de nieuwe Wet op de jeugdzorg.

Goede voorbeelden van het signaleren en handelen

Hieronder volgen enkele voorbeelden van situaties waarin professionals signalen van jongeren oppakken. Ook wordt een voorbeeld beschreven van een situatie waarin een school randvoorwaarden realiseert om vroegtijdig signalen te kunnen oppikken.

Een alerte conciërge

In de gang op school hoort de conciërge toevallig enkele jongeren praten over een berichtje dat één van hen ontving van een klasgenoot. In het bericht staat dat ze niet meer tegen het voortdurende pestgedrag van leeftijdsgenoten kan en wanhopig is. De conciërge neemt het signaal serieus en brengt de mentor op de hoogte. De mentor pakt het signaal op, bespreekt het met de jongere en regelt adequate hulp.

Gedrags- of gezinsproblematiek

Een jongere heeft continu onenigheid met haar ouders omdat ze niet naar school wil. Na een ernstig conflict omdat de jongere weigert naar school te gaan, kan ze terecht bij een orthopedagoog. Die duidt het probleem niet zozeer als individueel, maar als een probleem in het gezin. De orthopedagoog verwijst de jongere en de gezinsleden door naar de GGZ, waar na een psychologisch onderzoek, uiteindelijk intensieve gezinsondersteuning wordt geadviseerd.

“Mijn mentor praat met mij over emotionele onderwerpen. Ze vraagt naar dingen en noemt pluspunten.”

De mentor op huisbezoek

Een school voor voortgezet onderwijs besluit dat het belangrijk is dat de mentor de thuissituatie van brugklasleerlingen leert kennen. Daarom leggen alle mentoren in het eerste jaar een huisbezoek af, waarin jongeren, ouders en mentor met elkaar in gesprek kunnen gaan.

Wat zou u doen als...?

Recep is uitgevallen in het voortgezet onderwijs en wordt nu opgevangen en begeleid in de rebound. In een veilige en kleinschalige setting pakt hij het leren weer op. Voor zijn angststoornis wordt hij begeleidt door een instelling voor jeugd-GGZ. Petra, de leerplichtambtenaar heeft het proces vanaf het begin gevolgd. Ze heeft gezien dat achter Recep’s verzuim complexe problemen schuilgingen, waar specialistische hulp voor nodig was. Ze is daarom niet overgegaan tot handhavende maatregelen, maar is het gesprek met Recep en zijn moeder aangegaan en heeft hen gemotiveerd om hulp te zoeken. De begeleider van de rebound informeert Petra periodiek over de voortgang van Recep. Petra houdt zich verder op de achtergrond. Na een paar maanden gaat het beter met Recep. Hij geeft aan geen begeleiding meer nodig te hebben en stopt de begeleiding. Een paar weken later laat hij echter aan zijn docent weten niet meer naar school te willen.

Wat zou u doen als u


leerplichtambtenaar was?


...

Wat Petra deed

Op het moment dat Recep aangeeft niet meer verder te willen gaan met de therapeutische begeleiding en niet meer naar school te willen, bespreekt Petra Recep’s situatie in een multidisciplinair zorgoverleg. Ook overlegt ze met de behandelend psycholoog. Samen schatten ze de situatie als ernstig in. Petra besluit daarop over te gaan tot het opmaken van een proces-verbaal en roept Recep en moeder hiervoor op. Deze stap leidt, via een onderzoek van de Raad voor de Kinderbescherming, uiteindelijk tot het uitspreken van een ondertoezichtstelling.

Reflectie op het voorbeeld

In deze situatie is te zien hoe weging van signalen het handelen van professionals heeft gestuurd. De signalen van schoolverzuim zijn door de school en de leerplichtambtenaar geduid als signalen van onderliggende problematiek waar hulp bij nodig was. Toen het proces in een later stadium stokte, heeft de leerplichtambtenaar dit nieuwe signaal gewogen en geduid. Belangrijk hierbij is dat de leerplichtambtenaar dit in overleg met professionals uit andere disciplines heeft gedaan. Op basis daarvan zijn passende interventies ingezet.

Eigen kracht


De professional als coach